woensdag 26 november 2014

Musical Journey Deel 2: Bahama's






Nog nagenietend van ‘El Jardin de los Presentes’ verlaten we Argentinie en zetten we onze muzikale reis verder naar andere exotische oorden namelijk de Bahama’s. We houden halt in de Caraïben waar de immers charismatische Exuma ons opwacht. Exuma –in het dagelijkse leven Tony Mckay- is een multi-instrumentalist maar vooral een geval apart doordat zijn muziek met niets anders te vergelijken valt en bijgevolg moeilijk classificeerbaar is. Exuma is uniek doordat hij in zijn muziek een mix hanteert van folk, Afrikaanse muziek, reggae, psychedelica, samba en traditionele Caraïbische folkmuziek. Exuma’s sound is paradoxaal doordat het enerzijds mysterieus en duister is door zijn voorliefde voor voodoo, zombies en duistere geesten maar zijn percussiespel is anderzijds enorm dansbaar. Deze vreemde combinatie zorgt ervoor dat de muziek erg ongebruikelijk is waardoor het gehoor wat gewenning nodig heeft.




Op zijn debuutplaat ‘Exuma’ uit 1970 staat Mckay zelf in voor de composities, de zang en het inspelen van zo goed als alle instrumenten – live werd hij wel bijgestaan door the junk band-. Zijn debuutwerk is een eigenaardig beestje dat de ideale soundtrack is voor een voodoobijeenkomst georganiseerd door gekke medicijnmannen met een uitzonderlijk goed gevoel voor ritme. Het album opent met ‘Exuma, the Obeah Man’ waarbij een huilende wolf in de nacht meteen het passende gevoel van dit album neerzet. Daarna wordt het Caraïbische percussiespel ingezet aangevuld met Exuma’s herkenbare krassende en krachtige stem. ‘Exuma, the Obeah Man’ is een erg spannend nummer die je meeneemt diep in het oerwoud waarbij je in een exotisch gewaad en al dansend luidkeels ‘”Im Exuma, I’m the Obeah Man” meezingt –dit althans in mijn geval-. Op het tweede nummer wordt het gas wat teruggenomen waardoor er op ‘Dambala’ een wat melancholische sfeer ontstaat. ‘Dambala’ is een meesterlijk nummer doordat de stem van Exuma centraal staat. Zijn krachtige, rauwe en gepassioneerde stem –die soms wat doet denken aan Bob Marley- raakt je immers diep en dit aangevuld met de melancholische sfeer zorgt ervoor dat ‘Dambala’ een magisch nummer wordt.


‘Mama Loi, Papa Loi’ is een van de donkerste nummers op het album en dit wordt meteen duidelijk door de duistere woorden “The sun is shining in the night, zombies walking in the broad day light”. Deze duistere lyrics worden begeleidt met een diepe, duistere en krachtige percussie waardoor Exuma wederom een fantastische sfeer weet te creëren. Het vierde nummer ‘Junkanoo’ is het enigste instrumentele nummer die wordt gekenmerkt door een carnavaleske sound. ‘Junkanoo’ luidt ook het tweede deel van de plaat in waar de sfeer helaas gevoelig wat inzakt. Op ‘Seance in the Sixth Fret’ en ‘The Vision’ –tevens de langste nummers op deze plaat- lukt het Exuma niet om de geloofwaardigheid van de mystieke en duistere sfeer van op de eerste drie nummers te behouden waardoor het eerder gedwongen en cheesy overkomt. Desondanks is er op het tweede deel van het album ook een hoogtepunt en dit is weggelegd voor het nummer ‘You don’t know what’s going on’. Het is net als ‘Junkanoo’ een vrolijk uptempo nummer dat afwijkt van de sfeer die het album uitademt. ‘You don’t know what’s going on’ is het meest toegankelijke nummer dat wordt gekenmerkt met optimistische lyrics en een krachtig refrein.

‘Exuma’ is een fijne en een unieke luisterervaring die je lang blijft nazinderen. ‘Exuma’ is een constant album –op 'Seance in the Sixth Fret' na- waarvan de indrukwekkende sfeer met geen enkel ander album te vergelijken valt. Voor degenen met een voorliefde voor voodoo, donkere geesten en exotische bestemmingen is ‘Exuma’ de ideale plaat bij uitstek.

Score: 3,5/5

Toptrack: Dambala


Geen opmerkingen:

Een reactie posten