Nog nagenietend van ‘El Jardin de
los Presentes’ verlaten we Argentinie en zetten we onze muzikale reis verder
naar andere exotische oorden namelijk de Bahama’s.
We houden halt in de Caraïben waar de immers charismatische Exuma ons opwacht. Exuma –in het
dagelijkse leven Tony Mckay- is een
multi-instrumentalist maar vooral een geval apart doordat zijn muziek met niets
anders te vergelijken valt en bijgevolg moeilijk classificeerbaar is. Exuma is
uniek doordat hij in zijn muziek een mix
hanteert van folk, Afrikaanse muziek, reggae, psychedelica, samba en
traditionele Caraïbische folkmuziek.
Exuma’s sound is paradoxaal doordat het enerzijds mysterieus en duister is door
zijn voorliefde voor voodoo, zombies en duistere geesten maar zijn
percussiespel is anderzijds enorm dansbaar. Deze vreemde combinatie zorgt
ervoor dat de muziek erg ongebruikelijk is waardoor het gehoor wat gewenning
nodig heeft.
Op zijn debuutplaat ‘Exuma’ uit 1970 staat Mckay zelf in
voor de composities, de zang en het inspelen van zo goed als alle instrumenten
– live werd hij wel bijgestaan door the junk band-. Zijn debuutwerk is een eigenaardig
beestje dat de ideale soundtrack is voor een voodoobijeenkomst georganiseerd
door gekke medicijnmannen met een uitzonderlijk goed gevoel voor ritme. Het
album opent met ‘Exuma, the Obeah Man’
waarbij een huilende wolf in de nacht meteen het passende gevoel van dit album
neerzet. Daarna wordt het Caraïbische
percussiespel ingezet aangevuld met Exuma’s herkenbare krassende en krachtige
stem. ‘Exuma, the Obeah Man’ is een erg spannend nummer die je meeneemt diep in
het oerwoud waarbij je in een exotisch gewaad en al dansend luidkeels ‘”Im
Exuma, I’m the Obeah Man” meezingt –dit althans in mijn geval-. Op het tweede
nummer wordt het gas wat teruggenomen waardoor er op ‘Dambala’ een wat melancholische sfeer ontstaat. ‘Dambala’ is een
meesterlijk nummer doordat de stem van Exuma centraal staat. Zijn krachtige,
rauwe en gepassioneerde stem –die soms wat doet denken aan Bob Marley- raakt je
immers diep en dit aangevuld met de melancholische sfeer zorgt ervoor dat ‘Dambala’
een magisch nummer wordt.
‘Mama Loi, Papa Loi’ is een van de donkerste nummers op het album
en dit wordt meteen duidelijk door de duistere woorden “The sun is shining in
the night, zombies walking in the broad day light”. Deze duistere
lyrics worden begeleidt met een diepe, duistere en krachtige percussie waardoor
Exuma wederom een fantastische sfeer weet te creëren. Het vierde nummer ‘Junkanoo’ is het enigste instrumentele
nummer die wordt gekenmerkt door een carnavaleske sound. ‘Junkanoo’ luidt ook
het tweede deel van de plaat in waar de sfeer helaas gevoelig wat inzakt. Op ‘Seance in the Sixth Fret’ en ‘The Vision’ –tevens de langste nummers
op deze plaat- lukt het Exuma niet om de geloofwaardigheid van de mystieke en
duistere sfeer van op de eerste drie nummers te behouden waardoor het eerder
gedwongen en cheesy overkomt. Desondanks is er op het tweede deel van het album
ook een hoogtepunt en dit is weggelegd voor het nummer ‘You don’t know what’s going on’. Het is net als ‘Junkanoo’ een
vrolijk uptempo nummer dat afwijkt van de sfeer die het album uitademt. ‘You
don’t know what’s going on’ is het meest toegankelijke nummer dat wordt
gekenmerkt met optimistische lyrics en een krachtig refrein.
‘Exuma’ is een fijne en een
unieke luisterervaring die je lang blijft nazinderen. ‘Exuma’ is een constant
album –op 'Seance in the Sixth Fret' na- waarvan de indrukwekkende sfeer met geen
enkel ander album te vergelijken valt. Voor degenen met een voorliefde voor
voodoo, donkere geesten en exotische bestemmingen is ‘Exuma’ de ideale plaat
bij uitstek.
Score: 3,5/5
Toptrack: Dambala
.jpg)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten